Verplicht mobiliteitsbudget: advies van de sociale partners
De sociale partners binnen de NAR hebben onlangs een unaniem advies uitgebracht over de plannen van de federale regering om werkgevers vanaf 1 januari 2027 te verplichten om het mobiliteitsbudget aan te bieden aan hun werknemers met (recht op) een bedrijfswagen. Zij doen daarbij ook enkele voorstellen uit eigen initiatief.
De rode draad daarbij lijkt te zijn dat alvorens het mobiliteitsbudget verplicht kan worden gemaakt, het systeem eerst moet worden vereenvoudigd.
Situering verplicht mobiliteitsbudget vanaf 2027
Begin dit jaar raakte er meer informatie bekend over de geplande verplichting voor werkgevers om het mobiliteitsbudget aan te bieden vanaf 2027 (de zogenaamde eerste fase van de hervorming van het mobiliteitsbudget). Met ingang van 1 januari 2027 zal elke werkgever met minstens 50 werknemers het mobiliteitsbudget verplicht moeten aanbieden aan zijn werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen, behoudens enkel uitzonderingen waaronder de ondernemingen in moeilijkheden. Werkgevers met minder dan 50 werknemers zullen een jaar langer de tijd krijgen tot 1 januari 2028, terwijl werkgevers met minder dan 15 werknemers worden vrijgesteld.
Wat staat er in het advies van de sociale partners?
Op 29 april 2026 brachten de Nationale Arbeidsraad (NAR) en de Centrale raad voor het bedrijfsleven (CRB) een unaniem advies uit over het voorontwerp van wet tot wijziging diverse bepalingen betreffende het mobiliteitsbudget. In hun advies pleiten de sociale partners voor een bijsturing op 3 vlakken:
- het doorvoeren van administratieve vereenvoudigingen. De sociale partners stellen concrete aanpassingen voor die we hieronder beknopt oplijsten;
- een beperking van de inbreng van huisvestingskosten (binnen pijler 2) tot maximum 50% van het mobiliteitsbudget voor nieuw toegekende budgetten vanaf de inwerkingtreding van de wet;
- Bijsturing van het minimumaanbod binnen pijler 2 om tot een echte keuze van duurzame vervoermiddelen te komen, afgestemd op de behoeften van de werknemers via dialoog op ondernemingsniveau. De sociale partners zullen hierover nog een specifieke NAR- aanbeveling opstellen gericht aan de ondernemingen.
Alleen via bijsturingen op deze 3 vlakken die onlosmakelijk met elkaar verweven zijn, kan de verplichting tot het aanbieden van een mobiliteitsbudget aan werknemers met recht op een bedrijfswagen volgens de sociale partners daadwerkelijk bijdragen aan een overstap naar duurzaam vervoer.
De sociale partners vragen ook om betrokken te worden bij evaluaties van de wetgeving, en om in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken te worden bij de voorbereiding van de tweede fase van de hervorming van het mobiliteitsbudget (een mobiliteitsbudget voor iedereen).
Voorstellen van administratieve vereenvoudiging
De sociale partners maken zelf enkele concrete voorstellen die ervoor zouden moeten zorgen dat het mobiliteitsbudget administratief eenvoudig te implementeren is voor werkgevers. Concreet doen zij onder meer volgende voorstellen:
- De sociale partners willen dat de berekening van het gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers gekoppeld is aan de bestaande RSZ-belangrijkheidscodes. Op dit moment bestaat er nog geen dergelijke code die overeenstemt met 15 werknemers (de aangekondigde drempel voor vrijstelling van de verplichting om het mobiliteitsbudget aan te bieden). Dit houdt in dat de door de regering vooropgestelde drempel mogelijk nog zal wijzigen. De sociale partners willen ook meer duidelijkheid over het tijdstip van berekening van de drempels van 15 en 50 werknemers, en over wat er moet gebeuren bij personeelsfluctuaties.
- Verder stellen de sociale partners ook vereenvoudigingen voor aan de wettelijke formules om het bedrag van het mobiliteitsbudget (en/of de bestedingen binnen pijler 1) te berekenen.
- De mogelijkheid moet worden voorzien tot tijdelijke uitsluiting van bepaalde werknemerscategorieën van het mobiliteitsbudget tot eind 2029, met name werknemers met mobiele functies zoals handelsvertegenwoordigers.
- Er moet een tijdelijke versoepeling komen van het nulemissiecriterium in pijler 2 voor deeloplossingen (carpooling en deelauto’s, taxivervoer, huurauto’s met chauffeur en huur van voertuigen zonder chauffeur) en dit tot eind 2029.
- Tot slot zouden de bevoegde administraties ondersteunende informatie moeten beschikbaar maken en wensen de sociale partners voorafgaandelijk betrokken te zijn bij aanpassing van de FAQ (www.mobiliteitsbudget.be).
Aangepaste FAQ
We merken op dat de overheidswebsite met FAQ’s over het mobiliteitsbudget (www.mobiliteitsbudget.be) recent werd geactualiseerd aan de huidige wetgeving over het mobiliteitsbudget anno 2026 (dus zonder rekening te houden met de plannen rond het verplicht mobiliteitsbudget).
Wat moet je onthouden?
Opgelet: de bepalingen over het verplicht mobiliteitsbudget zijn nog niet definitief. Momenteel is er nog steeds geen wetsontwerp ingediend in het parlement. Het is mogelijk dat de regering rekening zal houden met het unanieme advies van de sociale partners en haar voorontwerp van wet zal bijsturen, maar dit valt nog af te wachten. Hopelijk zijn er snel teksten beschikbaar die de nodige duidelijkheid zullen brengen voor werkgevers met bedrijfswagens vanaf 1 januari 2027. Wij volgen dit op de voet en houden je uiteraard verder op de hoogte van zodra wij over meer informatie beschikken.
Wil je niet langer wachten? Heb je momenteel nog geen mobiliteitsbudget ingevoerd? Denk dan nu al na hoe het mobiliteitsbudget er binnen jouw onderneming zou kunnen uitzien. Uiteraard staat Partena Professional klaar om jou hierin maximaal te begeleiden.
Wil je graag begeleiding bij het invoeren van het mobiliteitsbudget in jouw bedrijf?
Neem dan contact op met ons via juridische-dienst@easypay-group.com.
Bron :
- advies nr. 2485 van de NAR,
- diverse persberichten.
Dit bericht delen: