Centenindex vanaf 1 juni 2026 van kracht!
Situering
Door de centenindex zal o.a. de indexering van bepaalde ‘hogere’ lonen tijdelijk beperkt worden.
Hierbij wordt tijdelijk ingegrepen op bestaande indexatieregels in de private en publieke sector, voor voltijdse refertelonen boven de 4.000 EUR bruto.
Voor personen met een uitkering speelt de centenindex indien ze een uitkering hebben die hoger is dan 2.000 EUR bruto.
Dit gebeurt een eerste keer vanaf 1 juni 2026 en een tweede keer vanaf 1 januari 2028 (datum onder voorbehoud).
De ‘centenindex’ bestaat uit:
- de loonmatiging door de tijdelijke beperking van de aanpassing van de lonen overeenkomstig een indexeringsmechanisme;
- een bijzondere loonmatigingsbijdrage.
- een geconsolideerde loonmatigingsbijdrage (voorlopige of definitieve)
Hiermee wil de federale regering onder meer de loonkosten beheersen en de concurrentiekracht verder bewaken.
Brutolonen (uitgedrukt op voltijdse basis) die bovenvermeld grensbedrag van 4.000 EUR bruto niet overschrijden, blijven normaal geïndexeerd.
|
DE ‘CENTENINDEX’ |
|
|
LOONMATIGING DOOR TIJDELIJKE BEPERKING VAN AANPASSING LONEN OVEREENKOMSTIG EEN INDEXERINGSMECHANISME
|
BIJZONDERE LOONMATIGINGSBIJDRAGE |
|
= Tijdelijke beperkte loonindexering voor refertelonen (uitgedrukt op voltijdse basis) die hoger zijn dan 4.000 EUR bruto (bedrag wordt geïndexeerd voor de 2de cyclus)
|
= Helft van besparing die werkgever met centenindex realiseert, moet doorgestort worden aan de overheid.
|
|
Beperking gebeurt in 2 keer:
|
Bestaat uit:
|
Deel 1: Tijdelijke indexmatiging
Wie valt onder de verplichte ‘tijdelijke indexmatiging’?
Principe
De verplichte tijdelijke indexmatiging geldt voor bepaalde werknemers waarvan het referteloon (uitgedrukt op voltijdse basis) 4.000 EUR overschrijdt. Tijdens de eerste matigingsperiode blijft het grensbedrag (4.000 EUR) stabiel.
Deze grens zal aangepast worden in het kader van de tweede matigingsperiode. Dit geïndexeerde grensbedrag zal gedurende de tweede matigingsperiode stabiel blijven.
Concreet speelt de beperkte tijdelijke indexering voor:
- Werkgevers en werknemers en gelijkgestelde personen uit de ‘volledige’ privésector;
- Werkgevers en werknemers en gelijkgestelde personen uit de ‘volledige’ publieke sector.
Denk o.a. aan arbeiders, bedienden, dienstboden, arbeidsovereenkomsten bepaalde/onbepaalde duur, uitzendkrachten, studenten, onthaalouders, alle in vast verband benoemde stagelopende, contractuele en hulppersoneelsleden van de werkgevers in de publieke sector,…
Een Koninklijk Besluit kan het toepassingsgebied nog verder bepalen.
Verduidelijking referteloon
Algemeen
Bij de toepassing van de loonmatiging, wordt enkel het geïndexeerd vast baremiek maandelijks basisloon of, in voorkomend geval, het geïndexeerd contractueel maandelijks basisloon uitgedrukt op voltijdse basis in aanmerking genomen, onafhankelijk van prestaties of uren.
Het referteloon wordt bepaald op basis van het geïndexeerd contractueel basisloon wanneer geen baremiek basisloon werd vastgesteld of wanneer het contractueel loon hoger is dan het baremiek basisloon.
Er wordt dus geen rekening gehouden met:
- overloon,
- maaltijdcheques,
- prestatiebonussen,
- eindejaarspremies,
- ecocheques,
- winstpremies,
- toeslagen voor nacht- of weekendarbeid,
- commissies,
- …
Het referteloon wordt beoordeeld op moment van indexatie.
Aangezien het begrip ‘vast basisloon’ wetgevend niet gedefinieerd wordt, kan de invulling hiervan in de praktijk soms aanleiding geven tot discussie.
Omrekeningsformules
Voor het bepalen van het referteloon zijn de volgende specifieke omrekeningformules voorzien:
- ingeval van deeltijds loon: deeltijds loon/Q x S;
Voorbeeld: Werknemer wordt 20/38 tewerkgesteld en heeft een brutosalaris van 2.500 EUR. Zijn voltijds loon bedraagt 4.750 EUR (= 2.500 EUR x 38/20).
- ingeval van uurloon: uurloon x voltijdse wekelijkse arbeidsduur x 13/3;
- ingeval van dagloon: dagloon x 65/3 (maandloon in 5-dagenweek).
Zijn alle indexatiemechanismen onderhevig aan de tijdelijke indexmatiging?
Ja.
Onder de loonindexeringen wordt begrepen de “de wettelijke, reglementaire en statutaire bepalingen, de bedingen van individuele en collectieve arbeidsovereenkomsten en de eenzijdige beslissingen die voorzien in een koppeling van lonen aan indexeringsmechanisme”.
Hoe werkt het tijdelijk beperkt indexatiemechanisme?
Alle loonindexeringen hebben slechts uitwerking ten belope van 2% van het referteloon van 4.000 EUR (bedrag wordt geïndexeerd in tweede matigingsperiode).
Indien het indexpercentage lager ligt dan 2%, wordt een beperkte indexatie toegepast op het deel boven 4.000 EUR gedurende alle indexeringsmomenten, tot cumulatief 2% bereikt is.
Voorbeeld: + 1,5%, + 0,3% + 0,2 %= 2%
Indien het indexpercentage hoger is dan 2%, wordt:
- loon tot 4.000 EUR geïndexeerd ten belope van 2 %;
- volledig loon x (cumulatief indexpercentage – 2%).
Zodra de matiging bereikt is (d.w.z. 2% van indexering), herstellen de indexmechanismes opnieuw tot start van de tweede matigingsperiode.
Let wel: werknemers in dienst na datum van eerste of tweede matiging worden geacht de indexaanpassingen te hebben ondergaan.
Voorbeeld 1:
Een werknemer heeft een voltijds loon van 3.000 EUR. In zijn sector is er een indexatie voorzien van 2,3%. Zijn loon na indexatie is 3.069 EUR.
Voorbeeld 2:
Een werknemer heeft een voltijds loon van 10.000 EUR. In de sector is er een indexatie voorzien van 2,3%.
Na indexatie, met toepassing van de centenindex ontvangt hij een loon van 10.110 EUR.
Concreet wordt:
- Het deel van het referteloon tot 4.000 EUR met 2% geïndexeerd: 4.000 EUR x 2 % = 80 EUR;
- Het volledige loon geïndexeerd op basis van het verschil tussen het werkelijke % en 2%: (2,3% - 2%): 10.000 EUR x 0,3 % = 30 EUR.
Voorbeeld 3:
Een werknemer heeft een voltijds loon van 3.990 EUR. Op 1 juni 2026 is er een indexatie van 2% voorzien in de sector. Na indexatie ontvangt hij 4.069,80 EUR.
Op 1 januari 2027 is er een indexatie voorzien van 1,5%.
De loonmatiging wordt bereikt door de indexering van 2% in juni 2026. De indexering van 1,5% kan daarom gewoon worden toegepast, zelfs als het salaris hoger is dan 4.000 EUR.
Het salaris in januari 2027 zal daarom 4.130,035 EUR bedragen (4.069 EUR + (4.069 EUR x 1,5%))
Vanaf wanneer speelt het tijdelijk beperkt indexatiemechanisme?
De beperkte tijdelijke indexatie van bepaalde hogere lonen geldt:
- vanaf 1 juni 2026 tot de dag waarop de uitwerking van de loonmatiging is bereikt wanneer alle sectoren de 2% indexatie bereikt hebben;
- vanaf 1 januari 2028 (onder voorbehoud) tot de dag waarop de uitwerking van loonmatiging is bereikt wanneer alle sectoren de 2% indexatie bereikt hebben.
Deel 2: Bijzondere loonmatigingsbijdrage
Welke bijdragen zijn er verschuldigd?
Naast de tijdelijke beperking van de indexatie, komen er een aantal extra patronale RSZ-bijdragen bij.
De helft van de besparing die de werkgever met de centenindex realiseerde moet immers doorgestort worden naar de overheid.
Van zodra binnen de sector een indexering wordt toegepast, is de werkgever een bijkomende bijzondere patronale loonmatigingsbijdrage verschuldigd.
De bijdragen bestaan uit:
- Een bijzondere loonmatigingsbijdrage, tijdens de eerste en tweede matigingsperiode;
- Een voorlopig geconsolideerde loonmatigingsbijdrage, zodra het matigingseffect van 2% de eerste keer bereikt is;
- Een definitieve geconsolideerde loonmatigingsbijdrage, zodra het matigingseffect van 2% de tweede keer bereikt is.
Wie valt onder het toepassingsgebied van de bijzondere loonmatigingsbijdrage?
Toepassingsgebied
De bijzondere loonmatigingsbijdrage is van toepassing op:
- Alle werknemers, werkgevers en gelijkgestelde personen uit de private sector die onderworpen zijn aan alle takken van sociale zekerheid (dus niet voor flexi-jobbers, jobstudenten met solidariteitsbijdragen, gelegenheidsarbeiders,…)
- Bepaalde werkgevers uit de publieke sector bijvoorbeeld autonome overheidsbedrijven
- …
Wanneer is de bijzondere loonmatigingsbijdrage verschuldigd?
De bijzondere loonmatigingsbijdrage is verschuldigd tijdens de eerste en tweede matigingsperiode.
Met de ‘1ste matigingsperiode’ bedoelen we de periode vanaf 1 juni 2026 tot de dag waarop de uitwerking van de loonmatiging van de 1e periode is bereikt voor alle sectoren waarop een indexeringsmechanisme van toepassing is.
Met de ‘2de matigingsperiode’ bedoelen we de periode vanaf 1 januari 2028 (onder voorbehoud) tot de dag waarop de uitwerking van de loonmatiging van de 2e periode is bereikt voor alle sectoren waarop een indexeringsmechanisme van toepassing is.
Dit is ook verschuldigd voor werknemers die na aanvang van de eerste matigingsperiode in dienst treden.
Hoe moet de bijzondere loonmatigingsbijdrage berekend worden?
De bijzondere loonmatigingsbijdrage wordt berekend volgens de volgende formule:
[[((Aangepast referteloon) – (4.000 EUR x (1 + index))) x tewerkstellingsbreuk x index beperkt tot 2%]
+ [ ((Aangepast referteloon) – (4000 EUR x (1 + index))) x tewerkstellingsbreuk x index beperkt tot 2%] x globale werkgeversbijdrage]
/2
Onder het indexcijfer begrijpen we de som van de indexeringspercentages toegepast vanaf de aanvang van de matigingsperiode.
Met de ‘tewerkstellingsbreuk’ doelen we op de prestatiebreuk cfr. de formule van de werkbonus.
Deel 3: Voorlopige geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage
Wie valt onder het toepassingsgebied van de voorlopige geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage?
De voorlopige geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage is verschuldigd in dezelfde situaties als de bijzondere loonmatigingsbijdrage.
Hoe moet de voorlopige geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage berekend worden?
De specifieke formule is nog niet gekend. Een Koninklijk Besluit zal deze nog bepalen.
Deze is verschuldigd vanaf eerste dag van kwartaal, volgend op kwartaal waarin het matigingseffect van 2% de eerste maal volledig wordt bereikt, voor alle lonen waarop een indexatiemechanisme van toepassing is (tot het moment waarop de definitieve geconsolideerde bijdrage verschuldigd is).
Deel 4: Definitieve geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage
Wie valt onder het toepassingsgebied van de definitieve geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage?
Het toepassingsgebied van de definitieve geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage is analoog aan de bijzondere loonmatigingsbijdrage.
Hoe moet de definitieve geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage berekend worden?
De formule is nog niet gekend. Dit moet nog bij Koninklijk Besluit bepaald worden.
De definitieve geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage is verschuldigd vanaf de eerste dag van het kwartaal, volgend op het kwartaal waarin het matigingseffect van 2% de tweede maal volledig wordt bereikt, voor alle lonen waarop een indexatiemechanisme van toepassing is. Vanaf die datum is alleen deze bijdrage verschuldigd.
Praktische vragen?
Neem contact op met ons via juridische-dienst@easypay-group.com.
Bron:
- Programmawet van 30 mei 2026, BS 1 juni 2026.
Dit bericht delen: