Bijkomende situatie waarin solidariteitsbijdrage werkgever primaire arbeidsongeschiktheid niet verschuldigd is
Vanaf 2026 zullen bepaalde werkgevers een solidariteitsbijdrage moeten betalen voor de tweede en derde maand van ziekte van sommige werknemers.
Vanaf 2027 zou deze verplichting verder worden uitgebreid naar de tweede tot en met de vijfde maand van arbeidsongeschiktheid.
Deze maatregel vervangt vanaf 2026 de bestaande responsabiliseringsbijdrage werkgevers inzake invaliditeit.
Een recente wet voorziet een bijkomende uitsluiting voor personen met een arbeidshandicap, met een psychosociale arbeidsbeperking of uiterst kwetsbare personen, die tewerkgesteld zijn in beschutte werkplaatsen (PC 327).
Voor deze werknemers moet de werkgever geen solidariteitsbijdrage betalen.
Lees verder en ontdek de hoofdlijnen.
Toepassingsgebied
Principe
Werkgevers die minstens 50 werknemers tewerkstellen tijdens een specifiek voorziene referteperiode zijn gehouden tot het betalen van een solidariteitsbijdrage voor de tweede en derde maand arbeidsongeschiktheid van bepaalde werknemers.
Voor de toepassing van deze maatregel wordt als een langdurig arbeidsongeschikte werknemer verstaan een werknemer die:
- tussen 18 en 54 jaar oud is op de datum waarop de primaire arbeidsongeschiktheid aanvangt;
- en die meer dan 30 kalenderdagen als arbeidsongeschikt wordt erkend.
Uitzonderingen
De werkgever is voor bepaalde werknemers geen solidariteitsbijdrage verschuldigd.
Concreet gaat het om:
- Uitzendkrachten;
- Flexi-jobbers;
- Occasionele werknemers in de landbouw, de tuinbouw, de horeca en de uitvaartbranche;
- Kinderopvangsters sui generis;
- Leerlingen cf. artikel 1 bis van het KB van 28 november 1969.
- NIEUW Personen met een arbeidshandicap, met een psychosociale arbeidsbeperking of uiterst kwetsbare personen, zoals erkend door het bevoegde Gewest of de bevoegde Gemeenschap en tewerkgesteld door de werkgevers van een beschutte werkplaats, een sociale werkplaats of een maatwerkbedrijf behorend tot het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven.
Daarnaast is de solidariteitsbijdrage niet verschuldigd voor werknemers van wie de primaire arbeidsongeschiktheid aanvangt binnen de eerste 30 kalenderdagen na de start van de tewerkstelling bij de betreffende werkgever.
Ten slotte zijn er een aantal specifieke situaties voorzien waarin de solidariteitsbijdrage niet verschuldigd is.
Omvang
De werkgever is een solidariteitsbijdrage verschuldigd die overeenstemt met 30% van de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering voor de 2de en 3de maand van de arbeidsongeschiktheid van de betrokken werknemer.
Dit zou vanaf 2027 uitgebreid worden naar de tweede tot en met de vijfde maand arbeidsongeschiktheid.
De bijdrage wordt berekend volgens specifieke berekeningsmodaliteiten.
Praktische modaliteiten
De trimestriële solidariteitsbijdrage wordt door de RSZ berekend en geïnd via een debetbericht, samen met de bijdragen voor het derde kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de primaire arbeidsongeschiktheid een aanvang heeft genomen.
Inwerkingtreding
Bovenvermelde wijziging treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op de periodes van primaire arbeidsongeschiktheid vanaf die datum.
Bronnen:
- Wet van 22 februari 2026 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken 2026 (1), BS 6 maart 2026;
- Wet van 19 december 2025 tot uitvoering van een versterkt terug naar werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid, BS 30 december 2025.
Dit bericht delen: