Programmawet goedgekeurd: invoering van de centenindex, aanpassing RSZ-verminderingen en andere nieuwigheden
Donderdag 28 mei 2026 werd de programmawet definitief goedgekeurd in de plenaire vergadering van de Kamer. Daarmee worden een aantal eerder aangekondigde maatregelen effectief in wetgeving omgezet. Voor werkgevers zijn vooral de regels rond de centenindex en de aanpassing van enkele RSZ-verminderingen van belang.
Centenindex: tijdelijke loonmatiging
Een van de meest in het oog springende maatregelen is de invoering van de zogenaamde ‘centenindex’. Deze houdt in dat de indexering van hogere lonen tijdelijk wordt beperkt. Concreet geldt de maatregel enkel voor werknemers met een brutoloon boven 4.000 EUR per maand. Voor hen wordt de indexering per toepassingsperiode begrensd tot 2%, terwijl werknemers onder deze drempel hun volledige indexatie behouden. De maatregel wordt toegepast in twee cycli: een eerste vanaf 1 juni 2026 en een tweede vanaf 1 januari 2028.
Aan deze loonmatiging is bovendien een bijkomende bijdrage gekoppeld voor werkgevers. Er wordt namelijk een bijzondere loonmatigingsbijdrage ingevoerd, waardoor een deel van het financiële effect van de beperkte indexering wordt doorgestort aan de RSZ.
Beperking van de forfaitaire kostenaftrek op inkomsten uit auteursrechten
Vanaf 1 januari 2026 wordt de toepassing van de forfaitaire kostenaftrek voor auteursrechten beperkt tot inkomsten die verband houden met activiteiten waarvoor de verkrijger beschikt over een kunstwerkersattest (‘plus’ of gewoon). Kunstenaars met enkel een startersattest komen niet langer in aanmerking voor het forfait, maar kunnen wel nog hun werkelijke beroepskosten in aftrek brengen.
De maatregel geldt voor inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2026, waarbij de nieuwe regels inzake roerende voorheffing pas van toepassing zijn vanaf de tiende dag na publicatie van de programmawet in het Belgisch Staatsblad.
Hervorming van RSZ-verminderingen
De programmawet voert ook verschillende wijzigingen door aan de bestaande RSZ-verminderingen. Zo wordt de doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen vanaf 1 juli 2026 opnieuw uitgebreid tot vijf werknemers, wat werkgevers opnieuw extra stimulansen geeft om personeel aan te werven. Tegelijk wordt het voordeel voor de eerste werknemer begrensd tot 2.000 EUR per kwartaal, waardoor het financiële voordeel duidelijker wordt afgebakend.
Daartegenover staat dat een aantal bestaande doelgroepverminderingen verdwijnen. Het gaat met name om de verminderingen voor collectieve arbeidsduurvermindering en de vierdagenweek. Werkgevers die dergelijke systemen al vóór 1 juli 2026 hebben ingevoerd, kunnen deze wel verder toepassen tot het einde van de voorziene looptijd.
Daarnaast wordt strenger opgetreden bij inbreuken op de RSZ-regelgeving. Werkgevers die zich schuldig maken aan bepaalde opzettelijke inbreuken riskeren het verlies van hun recht op bijdrageverminderingen.
Versterking van de sociale werkbonus
Ook de sociale werkbonus wordt aangepast. Deze maatregel, die erop gericht is werknemers met lagere lonen een hoger nettoloon te garanderen via een vermindering van de RSZ-bijdragen, wordt vanaf 1 januari 2028 versterkt.
Door een verhoging van de toepasselijke loonplafonds zullen meer werknemers in aanmerking komen en kan het voordeel in bepaalde gevallen toenemen.
Modernisering van de RSZ-aangifte: invoering van het LTDS-systeem
Vanaf 1 januari 2028 wordt de gegevensoverdracht naar de RSZ gemoderniseerd via het nieuwe LTDS?systeem (Loondata Transfer – Transfert des données salariales) in het kader van e-Gov 3.0. Vanaf die datum moet de werkgever (of zijn mandataris) de lonen en arbeidstijden ten minste één keer per maand aan de RSZ doorgeven. Dit systeem zal op termijn de huidige DmfA?kwartaalaangifte vervangen.
Bron:
- Programmawet van 28 mei 2026 (DOC 56 1378/042).
Dit bericht delen: