Werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT): herwaarderingscoëfficiënt wordt toegepast op 1 januari 2026 en bedragen worden geïndexeerd
Naar jaarlijkse gewoonte bepaalt de Nationale Arbeidsraad, in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, of de bedrijfstoeslagen en het grensbedrag van het referteloon voor het SWT moeten worden aangepast met een coëfficiënt die de ontwikkeling van de conventionele lonen weerspiegelt.
Er is beslist om in januari 2026 een herwaarderingscoëfficiënt van 1,0028 toe te passen op de bedrijfstoeslagen en op het grensbedrag van het referteloon voor het SWT.
Aangezien de spilindex in december 2025 is overschreden, moeten de bedrijfstoeslagen en het grensbedrag van het referteloon voor het bepalen van deze toeslag op 1 januari 2026 ook met 2% worden geïndexeerd. Het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen zal in maart 2026 geïndexeerd worden.
De volgende bedragen zijn dus van toepassing vanaf 1 januari 2026.
Herwaardering van de bedrijfstoeslag
Een herwaarderingscoëfficiënt van 1,0028 zal worden toegepast op de bedrijfstoeslagen die worden berekend op basis van het referteloon dat vóór januari 2025 van kracht was.
Voor de toeslagen berekend op basis van het referteloon voor de maanden januari, februari of maart 2025 wordt de coëfficiënt van 1,0021 toegepast.
Voor de toeslagen berekend op basis van het referteloon voor de maanden april, mei of juni 2025 wordt de coëfficiënt 1,0014 toegepast.
Voor de toeslagen berekend op basis van het referteloon voor de maanden juli, augustus of september 2025 wordt de coëfficiënt 1,0007 toegepast.
Zodra de bedrijfstoeslag wordt berekend op basis van het loon voor de maand oktober, november of december 2025, wordt er geen coëfficiënt toegepast. Deze bedrijfstoeslagen zullen op 1 januari 2026 dan ook niet worden gewijzigd.
Indexering van de bedrijfstoeslag
De bedrijfstoeslagen moeten op 1 januari 2026 met 2% worden geïndexeerd, behalve in sectoren waarvoor andere indexeringsvoorwaarden zijn vastgesteld.
Referteloon voor de berekening van de bedrijfstoeslag
Als een gevolg van de toepassing van de herwaarderingscoëfficiënt en indexering wordt het brutoloon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de bedrijfstoeslag vanaf 1 januari 2026 begrensd tot 5.265,49 EUR.
Drempels voor de inhouding van 6,5% ten laste van de werkloze met bedrijfstoeslag
Het SWT is niet onderworpen aan de gebruikelijke sociale bijdragen. Er gebeurt een sociale inhouding van 6,5% die bestemd is voor de RSZ en berekend wordt op het totaalbedrag van de werkloosheidsuitkering en de (wettelijke en buitenwettelijke) bedrijfstoeslag.
De toepassing van die inhouding mag echter niet tot gevolg hebben dat het totaalbedrag van het SWT onder bepaalde drempels zakt.
De herwaarderingscoëfficiënt van 1,0028 en indexering van 2% zijn eveneens van toepassing op deze drempels.
Hieronder vind je de drempels voor de toepassing van deze inhoudingen in geval van een voltijds SWT (cao nr. 17) vanaf 1 januari 2026.
|
Vanaf 1/1/2026
|
Voltijds SWT |
|
Zonder gezinslasten |
1.892,86 EUR |
|
Met gezinslasten |
2.279,99 EUR |
Het begrip “persoon ten laste” (in de zin van de werkloosheidsreglementering) wordt exclusief bepaald door de RVA op basis van een document dat wordt overgemaakt aan de werkgever en waarvan een kopie aan ons moet worden bezorgd. Zo niet wordt verondersteld dat de werkloze met bedrijfstoeslag geen personen ten laste heeft.
Bron:
- Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17/44 gesloten binnen de NAR.
Dit bericht delen: